Snobisme oblige…
‘Het is onmogelijk om op de een of andere manier geen snob te zijn; men vindt snobs in alle sociale klassen’, beweerde William Thackeray in The Book of Snobs (1860). Een eeuw later schreef de Franse auteur Georges Duhamel: ‘Het snobisme is noodzakelijk voor de roem en de uitbreiding van de ondernemingen van het scheppende genie’. Een andere Franse intellectueel, Marcel Aymé, bevestigde het nut van de snob: ‘het aanbevelen van bepaalde tendensen, goede of slechte, aan het grote publiek, die zonder hem het gevaar lopen niet opgemerkt te worden’.
In de piramide van Maslow, een bekende marketing referentie, neemt het snobisme de vierde plaats in: de “esteem needs”, de behoefte door anderen gerespecteerd te worden, de behoefte aan status, roem, aandacht, waardering en erkenning. Al hebben ook de behoeften die lager in de piramide zitten zoals ‘liefde en bezit’ en ‘veiligheid en geborgenheid’ snobistische componenten.
Aldus speelt het snobisme een belangrijke rol in onze cultuur en economie, met de snob als mecenas, als ambassadeur, soms zelfs als koning Midas. Zijn robotfoto is echter vol met tegenstrijdigheden: voor de een is ‘snobistisch’ synoniem aan ‘chic’, voor de ander is het een belediging. Conformisme en zuinigheid kunnen net zo ‘snob’ zijn als avant-gardisme en verkwisting. Menselijkerwijs zijn we tot snobisme en overtreding aangetrokken. Maar net als zijn mystieke broer, de pure dandy, kan de snob spiritueel zijn en het snobisme het tegendeel van een zonde!
